INLEIDING

cid-95342381025012007-0b4a   2005

                 EEN PELGRIMSTOCHT NAAR COMPOSTELA

e9ea37f6cc

                                           ’s -Hertogenbosch

    Orval _ Plateau van Langres  _  Vézelay  _ Cîteaux _ Taizé _ Cluny _  le Puy-en-Velay _  Saint-Jean-Pied-de-Port  _

                                    Santiago de Compostela

5d3f1f151e

Ga door pelgrim, ga door op je eigen weg en vervolg je zoektocht. Laat je niet enkel door het aankomen beheersen, want wie naar het doel reist moet op zijn weg letten. De weg immers leert je om er te komen. Neem jouw deel van de zon en jouw deel van het stof met een waakzaam hart en vergeet al wat vluchtig is. Alles is vergankelijk; alleen de liefde is waarachtig. Hecht je hart op je tocht dus niet aan wat is gebeurd en zeg bij aankomst niet mijn moeite is beloond, ik ben geslaagd. Een pelgrimstocht is als het leven zelf. Een zoeken naar verbindingen tussen heden en verleden, voortdurend gericht op de toekomst, onthechten, ordenen en relativeren. Inzien hoe betrekkelijk bezit, status en het leven is. Onzekerheden ervaren en daarvan sterker worden. Jezelf tegenkomen en telkens opnieuw de balans opmaken. Volledige vrijheid ondergaan en ten diepste beseffen dat je met weinig ook ver kunt komen. Ervaren dat mystiek geen begrijpen, beweren of  weten is, maar beleven, invoelen en ondergaan.

De waardevolle contacten en gesprekken onderweg spreiden gevoelens en meningen uit over de hele wereld. Het in wandeltempo ondergaan van zoveel moois aan bouwkunst, cultuur, natuur. Het zijn ervaringen die je leven verrijken en tot een gelukkig mens maken.

Bereid je voor, het is een lang verhaal.

Voor mijn ,,verhalen, sagen en legenden langs de Camino” die op de site van het Catharijneconvent staan klik hier:    André Witlox op Catharijneconvent

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

WESTWAARTS IN MIJN EIGEN SCHADUW01_3_meter_schaduw_12e_etappekopie

Voettocht naar Santiago de Compostela

mijn Camino onder de Campus Stellae

Ubi caritas et amor, Deus ibi estWaar vriendschap is en liefde, daar is God.

Het was Peter zijn idee, inmiddels ruim tien jaar geleden. Zodra we tijd kregen zouden we gaan pelgrimeren naar Santiago de Compostela. Ik kreeg uiteindelijk steeds meer tijd, hij steeds minder. Ik de vrijheid van een VUTter, hij gebonden door zijn gelofte en een stabilitas loci aan Orde en plaats. Dus ging ik me er op voorbereiden alléén op pelgrimstocht te gaan. Daar was niets tegen, ik zag het als een ,,rite de passage” nadat ik zou stoppen met mijn werk om me daarmee  wat los te maken van de status en inhoud van mijn leven tot dan toe, mezelf te beproeven en voor te bereiden op een nieuwe levensinhoud waarin status en plichten als minder dominant gelden. Het verlangen om op pelgrimstocht te gaan begon in mijn eigen hart met de bedoeling om belangrijke momenten in mijn eigen leven opnieuw op het spoor te komen en te markeren in mijn leven. Ik wilde de pelgrimstocht, het wandelen en het onderweg zijn, benutten om het leven tot dusver te overdenken en de toekomst te wegen. Vrijheid ondergaan en onderwijl filosoferen of het leven mijn leven was zoals ik het gewild of bedoeld had. Op een werkelijkheid terugzien en zoeken naar de overeenkomst met mijn eigen droom, mijn legende, mijn eigen verhaal. Terugzien op mijn leven als in een spiegel die de werkelijkheid enkel weerkaatst en de consequenties weergeeft. Alles om er sterker door te worden. Door te gaan zwerven naar Santiago de Compostela wilde ik ontdekken of het nieuwe leven begerenswaardig zou kunnen blijven en voldoende uitdagingen en dromen kon bevatten. Tegelijk besefte ik dat dromen worden gesmoord en verdrongen omwille van beloften, zekerheden en leven in een keurslijf. Steeds dezelfde mensen om je heen die deel uitmaken van jouw leven en zich inspannen om dat leven bij te sturen in de door hen goed geachte richtingen. Alles met de beste bedoelingen. Ik kan er geen vrede mee hebben dat zoiets je lot zou moeten zijn. Een lot kun je niet begrijpen, want het is wat het is. Een lot is dus ook niet te rechtvaardigen of te verdedigen. De keuze om iets wel of niet te doen wel. Zo zijn er misschien wel 50 redenen te bedenken waarom ik niet op pad zou gaan. Ik zou er evenwel ook 50 kunnen bedenken om juist wel op pad te gaan. De dwaasheid echter om op pad te gaan, komt me altijd nog wijzer voor dan de wijsheid om thuis te blijven. Als pelgrim ben je vreemdeling, naar de werkelijke betekenis van het woord. Een homo viator, mens onderweg. Als mens ben je immers voortdurend onderweg, veelal op weg met een doel. Zo kan een pelgrimstocht eveneens doel zijn van zingeving in je bestaan; gewoon maar onderweg zijn. De verrijking beleven van het, louter op eigen kracht, onderweg zijn naar je doel, naar jezelf. In werkelijkheid liggen je beweegreden zeker dieper wanneer je als pelgrim op wandeling gaat. Ben je op zoek naar jezelf, naar wat je niet hebt gehad of wat je hebt achtergelaten. Ik hoopte het allemaal te vinden en te ervaren in de contacten met anderen, de belevenissen onderweg, al het mooie en minder mooie. In het dromen van mijn eigen droom. Ik zag het wandelen als volkomen vrijheid ondergaan en voortdurend nieuwe mensen ontmoeten die wat met je hebben te delen. Los zijn van zekerheden en sturing, agenda en afspraak, tijd of plaats. Vrijheid ondergaan als de wind die om obstakels heen gaat en zich niet laat belemmeren. Besef vinden dat mijn  leven ook zo vrij zou kunnen zijn, terwijl niets anders me zou kunnen tegenhouden of bijsturen dan ikzelf. Zorgeloosheid ondergaan. Elke dag zorgeloos voortgaan op een eigen kompas dat mijn leven vrijheid, richting en sturing geeft zonder argumenten te hoeven bedenken om dat gevoel van zorgeloosheid te rechtvaardigen. Leven als in een ultieme legende.

Het wandelen naar Compostela werd de droom die me lang bezighield. Lezend in boeken en op het Internet. Pratend met anderen. Fysieke training, steeds vaker wandelen vanuit Orthen de Maas langs, linksom en rechtsom via Bokhoven en Bern om te wennen aan lange afstanden. Bergwandelingen tijdens onze verblijven in de Provençe om mijn on-Nederlandse spieren te trainen. Wandelen met steeds meer gewicht in de rugzak om te ervaren hoe de hernia in mijn rug zich hield. Wegnemen van zekerheden die bij je binnensluipen. Door de tijd raakten steeds meer mensen op de hoogte van mijn voornemen. Het afscheid als algemeen directeur van mijn zorgcentra en Welstaete waren ermee doorspekt. En dan ontstaat het moment waarop je niet meer terug kunt. Je wilt ook helemaal niet terug, het plan moet worden waargemaakt, je eigen legende beleefd, je droom werkelijkheid. Tegelijk met het verlangen om aan zo’n monstertocht te beginnen, groeit de twijfel. Gevoed door wat je hoort en leest check je voortdurend bij jezelf of dat het is wat je wilt, wat je denkt aan te kunnen, hoe je het denkt te redden in je eentje. Maar de uitdaging en de gedachten om maandenlang door pure natuur en historie te wandelen in een tijdsbeleving van meer dan 1000 jaar terug winnen het uiteindelijk. Het voelt als een roeping, het obsedeert je en gaat steeds intenser bezit van je nemen. Maar wat ben ik eigenlijk, wandelaar, pelgrim? Vooralsnog stel ik vast weinig meer te hebben met de Kerk en het geloof en voel ik me wandelaar: homo viator, mens onderweg.

Van Tom, architect aan ons nieuwbouwproject in Zeeland kreeg ik het boek ‘Bouwkunst langs de Camino’ te leen. Het leerde me hoeveel moois aan architectuur er is aan de camino. Tijdens een bijeenkomst van onze Familia Augustiniana vertelde Jeroen Gooskens over de belevenissen op zijn tocht naar Compostela. Het leerde me in een aantal gesprekken daarna met Jeroen dat er nog andere waardevolle zaken zijn als alleen maar lopen en je einddoel bereiken. Dat lopen voor sommige niet eens telt, omdat zij zich focussen op het aankomen. Jeroen, geobsedeerd door de camino die zich tot mijn verrassing ontpopt als een soort super pelgrim. Onze uitwisseling verrijkte zijn en mijn verhaal. Truus schonk me het boek ‘Santiago de Compostela, geschiedenis, reizen, kunst, muziek, bezinning, cultuur’ bij mijn afscheid waardoor ik ernaar uitzag zelf alle moois aan de Camino te kunnen zien en beleven. Van Brigitta kreeg ik het boek ,,De Alchemist” van Paolo Coelho ten afscheid om daarmee aan onze denkbeeldige friettent terug te blijven denken. Het boek was rijke voeding voor mijn eigen droom. Het zette me aan tot filosoferen en mijn eigen droom te ontdekken. Door alle onzekerheden heen deed het me beseffen dat enkel nog de angst om te falen mijn droom zou kunnen verstoren. Mijn verlangen om op weg te gaan IMG_4950groeide er door.

Tegenwoordig ziet een pelgrim er iets anders uit dan deze heilige Jacobus die hier, samen met mijn naamgenoot Andreas, rechts van het Noorderportaal van de Sint-Jan argeloze bezoekers begroet. Al is het niet direct aan hem te zien, ook toen al was een pelgrim een vrijwillige banneling. Pelgrimeren is alles en voortdurend loslaten. Het maakt je los uit je dagelijkse omgeving, werpt je volkomen terug op jezelf en doet je daarin beseffen hoe klein je eigenlijk bent. Pelgrimeren is ook je willen voegen in eeuwenoude tradities. Onderweg zijn met Compostela als bestemming. Onderweg zijn in omstandigheden die niet alledaags heten; afstanden, onzekerheid, het weer, afhankelijk van de goedheid van mensen, leven als een zwerver. Maar ook iedere dag genieten van de vrijheid, de natuur, architectuur, mensen, leven met de omstandigheden en de waan van de dag. Leven met het absolute minimum. Zoiets ten diepste zelf beleven en onderdeel maken van je innerlijk wezen vormt je uiteindelijk tot wie je bent.

CAMINANTE
Wandelaar, het zijn jouw voetsporen die je weg maken, jouw eigen voetsporen, anders niets. Wandelaar, er is geen weg, de weg moet nog worden begaan.
Je weg maak je zelf en steeds wanneer je achterom kijkt zie je het pad
dat je nooit eender zult begaan.
Wandelaar, er is geen pad
enkel een kielzog in zee.
vrij naar: La Obra poëtica de Antonio Machado – Los Caminos; proverbios y cantares CC-CXXXVI-xxxl met dank aan Etiënne.

04_credencial_a

Pelgrims moeten zich onderweg als zodanig kunnen legitimeren. De huidige Credencial del Peregrino is een officiële vouwkaart die je ontvangt als lid van het Genootschap van sint-Jacob en die je o.a. in Spanje toegang verschaft tot refugio ’s om te overnachten en daar wordt afgestempeld als uiteindelijk bewijs in Santiago de Compostela dat je daadwerkelijk de Camino, de weg, hebt afgelegd. Dit bewijs, de Compostela, werd in de 13e eeuw ingevoerd om bedrog tegen te gaan. Zowel wandelaars, als fietsers en paardrijders dienen over een Credencial te beschikken. Voor elke groep afzonderlijk geldt een minimum af te leggen afstand. Zo moeten wandelaars tenminste 100 kilometer hebben afgelegd en fietsers 200. Het is niet nodig de route aaneensluitend achtereen te hebben afgelegd.

Ultreia et Sus eia, Deus adjuva me. ,,Steeds verder en steeds hoger, God sta me bij.” Het was een wens van pelgrims onderling op weg naar Santiago de Compostela. Tegenwoordig wensen pelgrims elkaar ‘Buen Camino’, ‘Goede Weg’. Ondanks dat pelgrimeren een verouderd verschijnsel lijkt, is het springlevend. Angstig levend misschien, wanneer je de getallenreeks over jaren bekijkt op de website van het secretariaat van het Aartsbisdom in Santiago de Compostela. Het lijkt voor velen enkel nog een sport te zijn geworden om naar Santiago te lopen. Maar elk tijdperk, elke cultuur heeft motieven voor het pelgrimeren gekend. Waarom niet nu? Zoals met veel belangrijke feesten en heiligenplaatsen in de rooms katholieke traditie het geval is, zo moeten er ook bij Compostela en het graf van de heilige Jacobus vraagtekens worden gezet. Santiago de Compostela is van oorsprong niet christelijk. Kelten en Romeinen trokken al naar Cabo Finisterra aan de westkust van Spanje, dat zij op hun platte aarde als het eindpunt van de wereld beschouwden en daar hun goden eerde. De christelijke traditie eigende zich gebruiken en rituelen toe van Animisten en Kelten en schiep, naast Jeruzalem en Rome, Compostela als derde voornaam pelgrimsoord. Onder invloed van de machtige monniken van Cluny werden in de 11e en 12e eeuw bedevaarten naar Compostela gestimuleerd als middel om een bolwerk te vestigen tegen de Moren, die een bedreiging vormden voor de christelijke noordelijke gebieden van Spanje.

DE LEGENDE

Jacobus en zijn jongere broer Johannes zijn bekend als de zonen van Zebedeus. Ze werden door Jezus van Nazareth geworven als apostel. Na de hemelvaart van Jezus, die ook Christus wordt genoemd, blijft Jacobus in Jerusalem om er de Boodschap van Jezus van Nazareth te verkondigen. Onder Herodus Agrippa worden de vroege christenen vervolgd en wordt Jacobus op middelbare leeftijd ter dood veroordeeld in het jaar 42. Veel later, in de 5e eeuw, komt een apocriefe apostelgeschiedenis tot stand onder de naam ‘Pseudo Abdias’. In het vierde boek hiervan gaat het over Jacobus, zijn predikingen in Judea en Samaria en zijn dood door het zwaard. Pas in de 7e eeuw verschijnt een Latijnse versie van de apostelgeschiedenis in Galicië onder de naam ‘Brevarium Apostolorum’. Daarin wordt verteld dat Jacobus gepreekt zou hebben in het Westen van Spanje, omkwam door het zwaard van Herodus en begraven werd op een oud Romeins kerkhof, op de plaats die later Compostela werd genoemd. In de 8e eeuw gaan opnieuw verhalen als zou Jacobus in het Westen van het Iberisch Schiereiland hebben gepreekt. De jonge Asturische kerk greep deze legendarische versie grif aan als verdediging tegen Adoptianisme en Islam om daardoor haar oorsprong te kunnen verbinden aan een apostel van Jezus van Nazareth. Zo kon het vermeende graf van Jacobus in Galicië worden ‘herontdekt’. Verhalen werden in die tijd van generatie op generatie mondeling doorgegeven. Het was geen uitzondering dat aan een verhaal een andere wending werd gegeven wanneer dat beter uitkwam. Ook kon het gebeuren dat een verhaal geleidelijk aan een andere inhoud kreeg, ondanks de geoefendheid van mensen in het verhalen vertellen. Waarheid en fictie gingen vaak geleidelijk aan in elkaar over. Het meest waarschijnlijke is dat Jacobus is begraven op de Olijfberg. Maar de legende ging een eigen leven leiden in Spanje. In 1077 wordt in de ‘Concordia de Antealtares’ over het ontdekken van het graf van Jacobus in Spanje verteld. De eremiet Palagus wordt in zijn droom ingelicht over de plaats van het graf, een oude Romeinse begraafplaats in Compostela. De plaats van het graf werd aangewezen door een ster. Dit was aanleiding tot de naamgeving Campus Stellae: Compostela, Sterrenveld. De Melkweg (Via Lactea) speelt hierbij een rol. Gelijktijdig met de ontdekking van het graf ontstond de legende van de overbrenging van het lichaam van de apostel naar Galicië. Om het verhaal geloofwaardig te maken wordt het door paus Leo in een brief van gezag voorzien. Het verhaal wordt opgenomen in de Codex Calixtinus waardoor er nog meer gezag van uitgaat en daardoor waarde krijgt. Het gezag van bedoelde paus Leo is overigens gefingeerd. Sinds de (vermeende) ontdekking van het graf van de heilige Jacobus in Compostela echter ontwikkelden zich diverse pelgrimsrouten. Dit pelgrimeren naar het graf van de heilige Jacobus (San Iago) in Compostela beleefde zijn bloeiperiode van de 12e tot de 15e eeuw. In de 16e eeuw breekt de periode aan van afnemende populariteit. Het is moeilijk te achterhalen wanneer precies de eerste pelgrims toestroomden naar de plaats van het graf van de apostel Jacobus. Informatie over de eerste bedevaarten dateren uit de 10e eeuw. De eerste buitenlandse pelgrims die we uit bronnen kennen waren Godescalk, bisschop van Le Puy in het jaar 950 en rond 959 wordt de abt Caetarius van de abdij Montserrat vernoemd. Pelgrims waren niet anoniem en moesten zich kunnen legitimeren. Daartoe droegen ze onder andere aanbevelingsbrieven bij zich van pastoors, abten en bisschoppen. Onder Lodewijk de XIV werd het bij wet verplicht dergelijke documenten bij zich te dragen. Er waren twee categorieën pelgrims. Mensen door godsdienstijver aangespoord en boetelingen die verplicht waren tot een bedevaart. Pelgrims werden door Kerk en Staat beschermd. Er bestond een internationale wetgeving die van toepassing was op pelgrims om hen te beschermen. Ze reisden vaak met een vrijgeleide. In toenemende mate ontstonden er onderkomens aan de pelgrimsweg waar pelgrims konden overnachten. In de loop van de 11e eeuw kregen de Jacobuslegende en de Jacobusverering hun definitieve vorm en betekenis. In de tweede helft van de 11e eeuw groeide het aantal pelgrims dan ook aanzienlijk. Door deze groei nam Compostela een steeds arrogantere houding aan van verzet tegen Rome. De pausen vreesden een opbouw van macht en invloed ten aanzien van westerse kerken door de kerk van Compostela. Oorzaak hiertoe was het belang wat aan een apostel als patroon werd toegekend, zoals de kerk van Rome dat zelf deed dankzij haar apostel Petrus. Rome was pas gerust, toen tegen het einde van de 11e eeuw de Rome gezinde cluniasenser monnik Dalmatius de bisschopsstoel van Compostela bezette. Compostela zou een belangrijke Europese bedevaartplaats worden en daarin gelijk komen staan met Rome en Jeruzalem. Een bepaalde passage dienaangaande in de ‘Gids voor de pelgrim’, een onderdeel van het ,Liber Sancti Iacobi’ dat in 1140 werd voltooid, bevestigd dat de drie bedevaartplaatsen als gelijkwaardig moesten worden beschouwd. Het is in het midden van de 11e eeuw dat de Sint-Jacobustraditie en de Compostelabedevaart de beperkte sfeer van de Mozarabische kerk verlaat en zich opent voor het christelijke Europa. Verschillende factoren zijn hierop van invloed geweest zoals: – Spaanse vorsten als Alfons VI (1072 – 1109) – invloeden van de monniken van Cluny bij de organisatie van de pelgrimswegen – de vestiging van Franse koop- en handwerklieden in de steden langs de pelgrimsrouten – aansluiting bij de grote Frans-Romaanse bouwstijl van het christelijke Westen. Cluny had een relatief belangrijke invloed op religieus vlak. Het had de aspiratie Spanje te saneren, dat door de Sarracenen bedreigd werd. Cluny zou een religieus netwerk uitbouwen dat zich uitstrekte van Bourgondië tot aan Santiago. Daarnaast bepaalde Cluny sterk de politiek en de toekomst van Spanje vanuit raadgevingen die de cluniasenser monniken gaven aan de Spaanse prinsen en doordat ze goede relaties onderhielden met Frankrijk en Spanje.

02 klaar voor vertrek 3 juni 2005

Bij de Jacobskerk hier in Den Bosch heb ik het eerste stempel in mijn credencial laten zetten. De Sint-Jacob is onlangs aan de eredienst onttrokken en ondergaat aanpassingen tot museum voor werken van Jeroen Bosch en concertzaal voor religieuze concerten. Geen echte ‘Bosch’-werken, want daar heeft Nederland er nagenoeg geen van. De voormalige koster/beheerder draagt nog altijd netjes de zorg voor het uitreiken van stempels en is blij dat er weer eens iemand komt.

Witte donderdag. Om 04:00 uur loop ik naar de Trappisten in Berkel-Enschot om er de plechtigheden mee te maken. Andere jaren loop ik er ’s woensdags heen en blijf dan tot eerste paasdag voor een paastriduum. Maar dit jaar vind ik het niet zo passen om Henny zo kort voor mijn vertrek alleen te laten. Het is stralend weer om te lopen en de rust van het Brabantse landschap en de abdij doen me goed. Absolute stilte en inkeer leiden je tot de diepste grond van je bestaan.
Goede vrijdag.Vandaag eens geen live Matthäus Passion. Voor het eerst sinds jaren is deze traditie doorbroken om gewoon een eindje te wandelen en thuis te zijn. Maar natuurlijk gaat Bach ’s Matthäus de hele dag door mijn hoofd. Het past ook in de sfeer van mijn pelgrimstocht. ‘Een dag zonder Bach, is een dag niet geleefd’. Bach zijn muziek en tekstverbindingen, waarin hij als geen ander subtiel emoties weergeeft in alle gradaties waardoor je naar je eigen bron wordt teruggebracht.Duidelijk spirituele invloeden die religieus getint zijn. Ik wil me niet rekenen tot de groep die om pure geloofsmotieven naar Compostela gaat, al ben ik vanaf mijn geboorte met geloof grootgebracht en ervan doorspekt. God was overal, al zagen wij hem niet anders dan op plaatjes en hoorden we over hem in vage verhalen.
Onderweg werd ik me ervan bewust hoe ’n geloof, dat in de vroege levensjaren wanneer het brein nog ontvankelijk is voortdurend werd ingeprent, bijna de status van instinct verwerft. De essentie van instinct is dat het wordt gevolgd, zelfs tegen de ratio in. Dankzij mijn erg Rooms Katholieke opvoeding en opleiding, ben ik soms teleurgesteld en boos op God dat hij maar een verzinsel is en niet bestaat. Het zou zoveel eenvoudiger zijn als dat wel het geval was. Jezus, dat gaat nog wel. Die heeft werkelijk bestaan en getracht de mensen iets te leren en naar een hoger plan te brengen. Helaas kwamen er meer jesusachtigen en ging ieder zijn deel en vooral zijn gelijk opeisen.
De Kerk ziet zichzelf graag als unieke spreekbuis van Boven en legitimeert haar gezag over de gelovigen met een zelfinterpretatie over dat geloven wat in een eeuwenlang proces over de inhoud van dat geloven binnen die Kerk tot stand is gekomen en verder is uitgebouwd tot een instituut. Het instituut zoals we dat nu kennen, een zelfbeschermend instituut wat er enkel nog op is gericht dat instituut in stand te houden. Binnen dat instituut worden ambtsdragers en leden van de Kerk bewust en onbewust beroofd van hun vrijheid tot denken en het maken van keuzen. Een simpele opvatting dat enkel de ambtsdragers beschikken over absolute kennis van God en al hun spreken van Boven komt is niet meer acceptabel in deze tijd. De leer die de Kerk daarmee uitdraagt slaat niet meer aan bij mensen van onze tijd. God bestaat enkel en alleen in de gedachten van mensen en komt uit die gedachten voort. Eerst was de mens, pas toen ontstonden er religies en godsbeelden. De vanzelfsprekendheid van een God en godsdienst in mijn jeugd is geëvolueerd en bestaat niet meer. Wat bleef is de loyaliteit aan die godsdienst die ik heb behouden vanuit mijn opvoeding. Alle dogma’s en opgelegde godsbeelden heb ik verlaten. Het klinkt misschien aanmatigend, maar ik heb ze niet nodig om te leven als een goed mens.
En toch reken ik mij nog steeds tot de religieuze mensen. Ik zou echt niet kunnen uitleggen wat dat precies betekent; zoals ik ook niet kan uitleggen wat echte liefde is. Ik denk ook dat het niet is uit te leggen of te verklaren, het heeft te maken met je er aan over kunnen geven. Het toelaten. Ik geef mij over aan iets wat buiten mijzelf is en laat het toe waardoor het me inspireert en energie geeft. Ik heb teveel om me heen gezien en meegemaakt dat geloof mensen tot steun en troost was en mensen er hoop uit putten. Zo laat ik geloof ook toe, zonder er zelf actief nog iets bijzonders mee te doen dan ernaar te leven.
Daarbij valt het me op dat, terwijl ik wandel, er vrijwel uitsluitend liederen uit mijn katholieke traditie door me heengaan. Vooral de teksten van Oosterhuis doen het blijkbaar goed in mijn muzikale brein, met daarnaast het hele areaal aan gregoriaanse gezangen en de baspartijen uit de tijd dat ik zong in het vocaal ensemble ‘Markant’. Maar het gaat me te ver om daarmee uitsluitend een link naar geloofsmotieven voor mijn pelgrimstocht te leggen.

Zo vertrek ik tweede paasdag na de hoogmis vanuit abdij Koningshoeven met de zegen. Maar ook dat is een ankerpunt en het past in de traditie van het pelgrimeren.
Mijn pelgrimszegen vertaalde ik uit het Duits.

God, eens hebt Gij Uw knecht Abraham op al zijn wegen onvoorwaardelijk behoedt. Eens hebt Gij de zonen van Israël over een droog pad door de zee gevoerd. Door de ster hebt Gij de Wijzen uit het Morgenland de weg naar Christus gewezen. Geleidt ook mij, die als gelovige op pelgrimstocht naar de heilige Jacobus vertrekt. Laat mij Uw aanwezigheid ervaren, vermeerder mijn Geloof, versterk mijn Hoop en vernieuw mijn Liefde. Bescherm mij voor alle gevaren onderweg en voor ieder ongeval. Breng mij gelukkig aan het doel van mijn pelgrimstocht en laat me ongedeerd weer naar huis terugkeren. Sta mij tenslotte toe, dat ik veilig het doel van mijn aardse pelgrimstocht bereik in verlangen naar het eeuwig leven. Daarvoor bid ik U door Christus Jezus onze Heer. Amen

Paaszaterdag. Vandaag heb ik wat aangerommeld en definitief de inhoud van mijn rugzak samengesteld. Ondanks dat ik eigenlijk zowat alles thuislaat wat enige luxe zou kunnen bieden, wegen rugzak en inhoud toch nog ruim 13 kilogram. Daar kan echt niets meer af. Mijn streefgewicht was 14 kilogram, dus dat heb ik aardig gered. Sommigen vinden dat een pelgrim teveel zekerheid meeneemt, waardoor een rugzak onnodig zwaar beladen is. Met die kennis kijk ik nog eens kritisch naar de inhoud. Anderen beweren met de helft te zijn rondgekomen. Zekerheden kun je onderweg altijd nog inwisselen. De regen die er nu valt kan dinsdag niet meer vallen, de temperatuur mag gerust iets lager voor een wandelaar. Ik heb mijn route nog eens doorgekeken en op Internet toch nog twee mogelijke slaapplaatsen ontdekt. Slaapplaatsen en verstaanbaarheid, de onzekere factoren. Pasen; heb je de moed om op te staan, of blijf je in het graf liggen? Vol goede moed tel ik verder af naar dinsdagmorgen. Vannacht is de klok een uur vooruit gezet. Het geeft me nog net de tijd om mijn bioritme op orde zien te krijgen. Mijn rugzak staat nu definitief gepakt. Morgen om 11:00 uur bij de Trappisten naar de hoogmis en na afloop de zegen. Op hoop van zegen. Tweede paasdag. Vanochtend de hoogmis in de abdij, mijn laatste leesbeurt als lector voor de komende maanden. Buiten verwachting zijn er veel familieleden en vrienden. Tijdens de voorbede wordt extra aandacht aan mijn pelgrimstocht geschonken. Vanaf dat moment eigenlijk is alles werkelijkheid en verdwijnt de twijfel. 02_pelgrimszegenkopie_a Na afloop in de grote refter geeft Isaac me zijn zegen in aanwezigheid van familieleden en vrienden. Een kop koffie tot afscheid en ik besef dat het nu echt begint en alleen op mij aankomt.  Thuis in ’s -Hertogenbosch komen Ruben, Anneloes en 1_koningshoevenkleinJetje afscheid nemen. Ze konden vanochtend niet in de hoogmis zijn omdat ze uit Genéve moesten komen. De laatste die nog even bellen. De vele kaarten die op de schouw staan. Het zijn allemaal blijken van meeleven en ondersteuning.

cid-95342381025012007-0b4a

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink .

7 reacties op INLEIDING

  1. Arthur Welluns zegt:

    Wat een geweldig inspirerend verhaal. Dank daarvoor.

  2. Linda van der Velde zegt:

    Dank je wel voor dit inspirerende reisverslag. Uitgebreid en met diepgang, het heeft me moed gegeven. In september hoop ik ‘mijn’ camino te gaan lopen.

  3. Judith zegt:

    Erg boeiend verhaal en wat een mooie foto’s! Ik neem contact met je op voor nadere informatie,
    Judith.

  4. Vitteke zegt:

    Dear Andrew
    It was very nice to meet you at the Jacobs way. I think many times on that time and on the good interviews we had during the way.
    Kind regards,
    Vitteke and Hugh

  5. Hubert zegt:

    Bonjour André,
    les salutations de Grenoble nous pensons souvent xe0 vous. De superbes foto’s!
    Hubert et Jaqueline

  6. Scheidegger, Martin zegt:

    Lieber André
    Ganz zufxe4llig treffe ich deine Geschichte und deine Bilder am Internet. Grosartig! Wir haben einander getroffen am Camino in eine Kneipe in Zubiri und spxe4ter noch einmal in Cirauqui. Ich habe gute Erinnerungen an unsere Gesprxe4che. Obwohl ich das Niederlxe4ndisch kaum lese kann, verstehe ich manches im grxfcnde. Mir geht’s sehr gut und ich wxfcnsche dich auch alles Gute.
    Martin, aus Der Schweiz

  7. Miep Wellens-Opreij zegt:

    Beste meneer Witlox,
    uw lezing was werkelijk heel, heel bijzonder en ik ervaar het als een verrijking dit meegemaakt te hebben.
    Ik ben nu aan dit verhaal begonnen en het beloofd eveneens een bijzondere inspiratie te worden.
    In de hoop dat nog heel veel mensen van uw lezing en uw verhaal mogen genieten, er inspiratie uit opdoen en stof tot nadenken uithalen.
    Vriendelijke groet,
    Miep Wellens

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s